Blockeel - Timmermans. Advocaten in vastgoed, omgevingsrecht en overheidsopdrachten

De Raad van State en de beoordelingsmethode van de gunningscriteria ná het arrest TNS Dimarso NV van het Hof van Justitie

Eerder bespraken we reeds het arrest C-6/15, TNS Dimarso NV, van 14 juli 2016, waarin het Hof van Justitie de prejudiciële vraag van de Raad van State beantwoordde of de aanbestedende overheid de inschrijvers op voorhand (in de aankondiging of het bestek) op de hoogte moet brengen van de methode voor de beoordeling van de offertes op basis van de gunningscriteria.

Voormeld arrest bevestigde de (door de Raad van State aangehouden) leer dat de beoordelingsmethode niet op voorhand moet worden bekend gemaakt, evenwel met de belangrijke toevoeging dat ook al moet de aanbestedende overheid de boordelingsmethode niet op voorhand bekend maken, zij deze in beginsel wel vóór de opening van de offertes moet vaststellen.

Wij haalden reeds aan dat deze rechtspraak van het Hof nieuwe vragen oproept, met name of de Raad van State in het kader van een voor hem aanhangig beroep het tijdstip van het vaststellen van de beoordelingsmethode door de aanbestedende overheid zou nagaan en of hij desgevallend het a posteriori vaststellen van de beoordelingsmethode zou sanctioneren.

In het arrest van 27 september 2016, nr. 236.575, NV EVOLTA ENGINEERS heeft de Raad van State, voor de eerste maal ná het wijzen van het arrest TNS Dimarso NV door het Hof van Justitie, verwezen naar het (na de opening van de offertes gelegen) tijdstip waarop de aanbestedende overheid de boordelingsmethode vaststelde. In casu was er echter (nog) geen noodzaak om hierop verder in te gaan, nu de Raad het middel reeds als ernstig beoordeelde op basis van de vaststelling dat de gehanteerde methode ipso facto het gunningscriterium en de weging ervan, zoals vastgesteld in het bestek, wijzigde:

In het licht van de aangevoerde schending van het gelijkheids- en transparantiebeginsel en van het feit dat, zo lijkt, de geviseerde werkwijze bij de toepassing van het vierde gunningscriterium, zoals die blijkt uit het verslag van nazicht pas na opening der offertes werd vastgesteld en los van de vraag of dit tijdstip al niet problematisch zou kunnen zijn in het licht van dezelfde beginselen, lijkt het in de huidige stand van het geding voldoende voor de beoordeling van het geschil na te gaan of deze werkwijze al dan niet een wijziging met zich brengt van het vierde gunningscriterium en de weging ervan, zoals vastgesteld in het bestek.

[RvS 27 september 2016, nr. 236.575, NV EVOLTA ENGINEERS]

 

Jos Timmermans