Blockeel - Timmermans. Advocaten in vastgoed, omgevingsrecht en overheidsopdrachten

Raad van State linkt de vereiste motivering van de verwerping van de prijsverantwoording aan de kwalitatieve selectie en de gekozen gunningswijze

In het arrest van 1 december 2016, nr. 236.575, NV TERRA ENGINEERING & CONSULTANCY sanctioneert de Raad van State de motieven van de aanbestedende overheid om de door de inschrijver verstrekte prijsverantwoording niet te aanvaarden.

De betreffende motieven waren toegespitst op de functie van de projectleider en zijn tijdsbesteding. De aanbestedende overheid was met name van oordeel dat het voor de projectleider voorziene aantal uren te laag was om de opdracht op een kwaliteitsvolle manier uit te voeren. De Raad van State merkte daarbij op dat de aanbestedende overheid “er dus blijkbaar van uit[gaat] dat de door de verzoekende partij voorgestelde projectmedewerker niet over de nodige ervaring en kennis beschikt om de bodemsaneringsprojecten op een kwaliteitsvolle manier op te stellen en dat de voorgestelde supervisie door de projectleider van 2 uur eveneens onvoldoende is om de vereiste kwaliteit te waarborgen”.

De Raad van State herhaalde vooreerst zijn vaste rechtspraak dat “de aanbestedende overheid over een grote beoordelingsvrijheid beschikt om de in het kader van artikel 21 [van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren] gegeven prijsverantwoordingen al dan niet te aanvaarden, dat de Raad van State zich bij dergelijke beoordeling niet in de plaats mag stellen van het bestuur, dat hij desgevraagd wel mag nagaan of de betrokken motieven in rechte ter verantwoording van de bestreden beslissing in aanmerking mogen worden genomen, wat onder meer vereist dat ze naar behoren zijn bewezen, dat een inschrijver zich niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden en dat ten slotte het onderzoek moet gebeuren met inachtneming van de zorgvuldigheidsverplichting”.

In casu beoordeelde de Raad van State de op de projectleider en zijn tijdsbesteding toegespitste motivering evenwel als onvoldoende om de prijsverantwoording en de kwaliteit van de dienstverlening van de betrokken inschrijver decisief in vraag te stellen en te verwerpen.

Hierbij zijn in het bijzonder de volgende overwegingen interessant, omdat de Raad hierin de link legt met, enerzijds, de kwalitatieve selectie van de inschrijver, in het kader waarvan deze haar projectleiders en –medewerkers had voorgesteld en, anderzijds, de keuze voor de aanbesteding als gunningwijze, waarin enkel de prijs bepalend is:

In de eerste plaats moet worden vastgesteld dat in het bestek uitvoerig aandacht wordt besteed aan de selectievoorwaarden en dat de door de verzoekende partij in haar offerte voorgestelde projectleiders en projectmedewerkers alle door de verwerende partij zijn aanvaard bij de – zo lijkt – probleemloze selectie van de verzoekende partij.

Voorts wijst de Raad op het feit dat de verwerende partij hier als gunningswijze voor de aanbesteding heeft geopteerd waarbij de prijs bepalend is voor de gunning en niet voor de offerteaanvraag waar door middel van gunningscriteria kan worden gepeild naar de kwaliteit van de te leveren diensten en waarbij de offertes inhoudelijk tegenover elkaar kunnen worden afgewogen.

Tot slot is ook interessant te vermelden dat de Raad van State aannam dat de eenheidsprijs voor een op zich zelfde prestatie (in casu de uurprijs van de projectleider) verschillend kan zijn, naargelang de prestatie in het kader van de reguliere opdracht dan wel in regie (volgens afroep in bepaalde omstandigheden) wordt uitgevoerd:

Ten slotte, in de mate dat de verwerende partij er op wijst dat de verzoekende partij twee verschillende uurprijzen hanteert voor de projectleider, namelijk, enerzijds, bij de posten 3.4 en 3.7, en, anderzijds, bij de post 7.3, lijkt de argumentatie van de verzoekende partij op het eerste gezicht niet onaannemelijk dat dit verschil voortkomt uit de aard van de prestaties, namelijk, enerzijds, uitgevoerd in de reguliere opdracht, en anderzijds, uren in regie die uit hun aard een flexibelere aard hebben.

[RvS 1 december 2016, nr. 236.575, NV TERRA ENGINEERING & CONSULTANCY]

 

Jos Timmermans